vrijdag 31 augustus 2012

Slordig denken over windenergie geeft onjuiste conclusies


Windpark Amalia op de Noordzee: wel degelijk een bijdrage aan brandstofbesparing en CO2-reductie.
De brandstofbesparing door windenergie is veel lager dan iedereen denkt, berichtten recent verschillende blogs. Tweede-Kamerlid René Leegte (VVD) bepleitte een nader onderzoek, en stelde vragen aan minister Verhagen van El&I. De berichten zijn gebaseerd op een notitie ‘Brandstofbesparing bij de Nederlandse elektriciteitsvoorziening’ van dr. Cees le Pair, die al eens eerder een vergelijkbare analyse maakte. Men kan van mening verschillen of windmolens mooi of lelijk zijn, maar de brandstofbesparing (en daarmee de CO2-reductie) door wind is geen mening: Die is gewoon uit te rekenen .

Door Bart Ummels en Jan Paul van Soest

Dat is dan ook gebeurd. Meerdere malen. Onder meer door een van ondergetekenden in zijnproefschrift Wind Integration (2009). Afstudeerhoogleraar prof. Wil Kling werkte destijds deels bij TenneT, het landelijk netbedrijf dat het hoogspanningsnet beheert en precies weet hoe het elektriciteitssysteem werkt. Andere rekensommen zijn gemaakt door Kema, in 2010, op verzoek van het ministerie van Economische Zaken. Het door René Leegte gevraagde onafhankelijke onderzoek is er dus al. Er zijn ook tal van internationale studies; net verscheen bijvoorbeeld eenanalyse van het Insitute for Public Policy Reseach in het VK. Al die studies komen tot geheel andere getallen dan die van Cees le Pair: de brandstofbesparing en de CO2-reductie komen in alle studies veel hoger uit.

zondag 26 februari 2012

Misleiding in een witte doktersjas


De Amerikaanse visarend, symbool van de VS;
volgens de directeur wetenschap van het
Heartland Institute zou er geen enkel bewijs zijn
dat DDT de visarend schaadde.
De wetenschap beweert anders. 
De Amerikaanse denktank Heartland Institute, recent volop in het nieuws in verband met zijn klimaatscepsis-strategie, strooit net zo gemakkelijk desinformatie rond over het klimaat als over roken en gezondheid, of de invloed van DDT op de vogelstand. Het instituut vervormt de wetenschap probleemloos als dat ideologie of belangen dient.

Financiering en werkwijze van een van de meest opmerkelijke Amerikaanse denktanks, het Heartland Institute, zijn recent in de belangstelling komen te staan door openbaarmaking van een aantal – overigens wederrechtelijk verkregen - interne documenten. De authenticiteit van een van die die documenten, het 2012 Climate Strategy Memo wordt nu door het Heartland Institute betwist. De discussies gaan nu goeddeels over de wijze waarop de documenten zijn verkregen, die inderdaad niet door de beugel kan. Maar de discussies hierover leiden ook af van de kern van de kwestie, namelijk de werkwijze van instituten als het Heartland Institute: twijfel zaaien over de stand van de wetenschap, door hele leugens, halve waarheden en irrelevante feiten rond te strooien.

Om te constateren dat het Heartland Institute allesbehalve een wetenschappelijk instituut is, maar een als expertisecentrum vermomde lobby-organisatie, zijn de recent ontvreemde documenten helemaal niet eens nodig. De producten (rapporten, opinieartikelen, lezingen enzovoorts) zijn gemakkelijk te vinden en op hun waarheidsgehalte te controleren door ze in het licht van publicaties in wetenschappelijke rapporten en tijdschriften te bezien.
Het Heartland Institute is volgens de Nederlandse klimaatscepticus Hans Labohm “uitgegroeid tot een soort Mekka voor klimaatsceptici”. Het instituut probeert echter niet alleen de klimaatwetenschap te ondermijnen, maar ook andere wetenschapsgebieden die mogelijk tot overheidsingrepen zouden kunnen leiden (of zelfs al hebben geleid). Vooral die wetenschapsgebieden moeten het ontgelden die de belangen kunnen schaden van de financiers van het Instituut, of die louter op ideologische gronden (de markt moet worden bevrijd van elke vorm van overheidsregulering) worden afgewezen.

DDT en de zeearend
In een recent interview zegt de president van het Heartland, Joe Bast, dat het idee van door de mens veroorzaakte klimaatverandering binnenkort geschiedenis zal zijn, net zoals een hele reeks van milieu-issues, zoals de gedachte dat DDT dunnere eierschalen van vogels heeft veroorzaakt. Zoals bij de Amerikaanse zeearend (bald eagle), de nationale vogel van de VS.
Dat wekte mijn belangstelling. Toen ik in Wageningen studeerde volgde ik toxicologiecolleges bij prof. Jan Koeman, een van de grondleggers van de toxicologie in Nederland. Koeman heeft destijds een belangrijke rol gespeeld bij het ontrafelen van het mechanisme waarlangs pesticiden als DDT en dieldrin de voortplanting van roofvogels in gevaar brachten. Inderdaad, wist ik me te herinneren, via de invloed op de dikte van eierschalen. De verbanden tussen roofvogelstand en het gebruik van deze categorie pesticiden, organochloorverbindingen, was zonneklaar, en ook werking ervan werd opgehelderd. En omgekeerd: een verbod op die middelen leidde tot geleidelijk herstel van diverse roofvogelsoorten.

Zou dat nou allemaal niet waar zijn? Zou Joe Bast, een niet-afgestudeerde econoom, Universiteit van Chicago, het gelijk aan zijn zijde hebben en mijn voormalige hoogleraar toxicologie niet? Het zal toch niet waar zijn?
Ik ga op onderzoek uit, sceptisch als ik van nature ben. De uitspraak van Bast over DDT leidt naar een artikel van de Science Director van het Heartland, Jay H. Lehr. Hij schrijft: “There is no scientific evidence that DDT had any negative impact on our national bird. To the contrary, DDT's elimination of disease-causing vermin helped virtually all bird populations, which is well documented by the National Audubon Society.” Tjonge, het is zelfs omgekeerd, volgens Lehr: omdat DDT succesvol ziekteveroorzakend ongedierte (vermin) bestreed, konden de vogelpopulaties floreren. En de statige natuurbeschermingsorganisatie Audubon ondersteunt dat. 

Ongedierte
Op naar de annalen van de Audubon Society. Zeker, er is wat te vinden over DDT, vermin, en roofvogels zoals de zeearend. Maar het is toch een tikkie anders dan Lehr van het Heartland Institute schrijft. Audubon Magazine gebruikt inderdaad het woord vermin: “Considering all the celebration of the bald eagle’s recovery, it’s hard to believe that a generation ago they were hunted and killed like vermin”. Tja, dat is wel wat anders dan dat DDT het ongedierte bestreed waardoor de arend kon opveren. Elders schrijft de Audubon Society: “Bald eagle populations declined dramatically in the last century, attributed mostly to the accumulation of the pesticide DDT in fish, a staple of the eagle's diet. The pesticides gradually poisoned females, causing them to produce thinly-shelled eggs that broke easily, preventing the embryos from growing. (….) Strong federal and state protection and the banning of DDT brought the bird back from the brink”.
Kijk, daar herken ik de colleges van Jan Koeman weer in, gebaseerd op de honderden artikelen in de wetenschappelijke literatuur over de relatie tussen organochloorverbindingen en de achteruitgang van roofvogels die iedereen gemakkelijk via google scholar kan vinden.
Het beeld is al snel duidelijk: de Heartland Institute Science Director Jay H. Lehr schroomt niet regelrechte nonsens over de relatie tussen DDT en roofvogels te verspreiden, hij deinst er ook niet voor terug bronnen als ondersteuning van zijn bewering op te voeren die er aantoonbaar andere opvattingen op nahouden. En zijn directeur, Joe Bast, roept het Lehr kritiekloos na.

Witte doktersjas
De werkwijze van Heartland is simpel maar doeltreffend: twijfel zaaien door wetenschappelijk werk te ondermijnen, verwrongen te presenteren, of met droge ogen precies het tegenovergestelde beweren als wat de wetenschap ons leert. En dat alles met de witte doktersjas aan van expert, wetenschapper, deskundige.
Eerder speelden ‘experts’ verbonden aan het Heartland Institute een belangrijke rol bij het ondermijnen van de wetenschap die de verbanden tussen roken en gezondheidsschade blootlegde. Dat is allemaal goed gedocumenteerd, bijvoorbeeld in de enorme verzameling documenten die de tabaksindustrie moest publiceren, en geanalyseerd in boeken als Doubt is Their Product van David Michaels, Merchantsof Doubt van Naomi Oreskes en Erik Conway en tal van andere publicaties.
De werkwijzen en strategieën van een veelheid van twijfelzaaiende denktanks, front-groups en echokamers zijn reeds doorgrond, zonder dat de recente Heartland-documenten beschikbaar waren. Strategieën, tactieken en financiering van een netwerk aan denktanks worden steeds meer geanalyseerd en beschreven, ook in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften, zie o.a. Dunlap & McCright, Climate Ethics project, en Jacques, Dunlap & Freeman. 

Schoffel de wetenschap eronder
Is het analyseren en documenteren van dergelijke praktijken ‘zwart maken van sceptici’, zoals me de laatste door enkele Nederlandse sceptici wordt verweten? Dacht het niet; het is gewoon gezonde scepsis om én de argumenten op hun merites te beoordelen, én om te analyseren waaróm systematisch gemankeerde argumenten worden rondgestrooid.  Dat zouden meer sceptici moeten doen.
Dan komen wel heldere conclusies tevoorschijn: instituten als het Heartland Institute zijn niet uit op waarheidsvinding en wetenschap, het zijn lobbybureaus die zich om hun boodschap geloofwaardiger te laten lijken uitdossen als wetenschappers. En die dankzij die vermomming aanspraak maken op belastingaftrek - dat zou menig public affairs-bureau ook wel willen. 
Of het nu gaat om roken, DDT of klimaatverandering, de werkwijze is dezelfde: schoffel de wetenschap eronder, om te voorkomen dat ook maar iemand op het idee komt dat er wel eens maatregelen nodig zouden kunnen zijn.
Een blik op de missie van het Heartland Institute zou eigenlijk al voldoende zijn om die conclusie te trekken: “The mission of The Heartland Institute is to discover, develop, and promote free-market solutions to social and economic problems”. Niks onderzoek, niks wetenschap, een Ideologie moet worden bevorderd. Koste wat kost. Desnoods ten koste van de waarheid.

Jan Paul van Soest


maandag 30 januari 2012

Een rechtsfilosoof als klimaatsofist

Rechtsfilosoof, historicus en columnist Thierry Baudet schreef vrijdag 27 januari een column Dood door de Broeikas (hier te vinden). Kennelijk geïnspireerd door het boek De Staat van het Klimaat van wetenschapsjournalist Marcel Crok brengt Baudet een aantal 'sceptische' argumenten die echter in de wetenschap zelf al lang als half waar of geheel onjuist zijn bestempeld. Een aantal klimaatwetenschappers reageerde onmiddellijk. Hun reactie volgt hieronder en is ook op het blog van Ernst Schrama te vinden. 
Naar de motieven van Baudet om een mening over klimaat belangrijker te vinden dan wat de  klimaatwetenschap zegt kan men gissen. In de praktijk van het klimaatsofisme komen verschillende motieven voor, soms meerdere tegelijk. De belangrijkste zijn ideologie, lobbyisme, hobbyisme en querulantisme. Ideologie lijkt te meest voorkomende: de wetenschappelijke klimaatkennis past niet bij een gewenst wereldbeeld, en wordt om die reden niet geloofd. 
Vrijemarktideologie is voorbeeld, zie het essay Klompen in de Machinerie, maar ook een conservatief-Christelijke levensovertuiging wil een zuivere blik op de klimaatkennis nogal eens vertroebelen. Klimaatwetenschap ontkennen of verdraaien om belangen te dienen, lobbyisme, is een tweede motief. De lobbyist heeft niet zelden ook een marktideologische bril, zo laat het meesterwerk Merchants of Doubt van Naomi Oreskes en Erik Conway zien. 
Dan zijn er de querulanten, die door de reguliere klimaatkennis aan te vallen net een tikkie meer aandacht in de media en de blogosfeer krijgen dan wanneer ze de mainstream-kennis zouden volgen. 
Is het met de eerste drie categorieën moeilijk (maar wel altijd noodzakelijk) discussiëren omdat ze er een geheel andere agenda op nahouden dan de agenda van kennisvergadering en waarheidsvinding, dat geldt niet voor de vierde en laatste categorie, de hobbyisten. De term hobbyisten kan gemakkelijk negatief worden geduid, maar dat is niet de bedoeling: het gaat om serieuze personen die, net als amateur-sterrenkundigen, uit pure nieuwsgierigheid en interesse in de klimaatwetenschap gedoken zijn en over hun bevindingen willen discussiëren. Het Franse woord amateur (letterlijk: liefhebber) geeft de positieve klank beter aan dan hobbyist. Het zal niet de eerste keer zijn dat een deskundig hobbyist de reguliere wetenschap verrijkt. 
Uit zijn column wordt duidelijk dat Baudet oppervlakkig wat 'sceptische' argumenten rooft die toevallig in zijn kraam te pas komen. Zijn motief lijkt daarmee vooral ideologisch: de klimaatwetenschap zou wel eens kunnen leiden tot beleidsmaatregelen die niet bij zijn wereldbeeld passen, daarom kán, nee mág de klimaatwetenschap het niet bij het rechte eind hebben. 
Enfin, toe te juichen is dat door zijn column Baudet de aandacht weer eens op het klimaatissue vestigt. Dat hij als ideoloog begint, allez, het moet ergens beginnen. Wellicht is deze eerste stap een aanmoediging voor hem zich verder tot een echte klimaathobbyist te ontwikkelen. 


Jan Paul van Soest



Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat


Wij zouden ons als natuurwetenschappers wel een paar keer bedenken voor we in NRC een artikel over rechtsfilosofie zouden schrijven. Dat is ons vak niet. Maar rechtsfilosoof Thierry Baudet ziet er geen been in over klimaatwetenschap te schrijven (NRC 27 januari). Zijn gebrek aan kennis is echter pijnlijk.  Hij herkauwt diverse ‘tegenargumenten’ die door de wetenschap al lang zijn weerlegd. Hij baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen. 

De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar. Er zou in de middeleeuwen wijnbouw zijn in Engeland. Dus? Nu is dat weer het geval, ook in Nederland, en zelfs in Noorwegen wordt met wijnbouw begonnen.  Baudet’s argument snijdt geen hout
De opwarming van nu zou komen doordat we uit de kleine ijstijd komen. Tja. Alle klimaatveranderingen uit het verleden hebben oorzaken, en die worden uitvoerig bestudeerd. De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een langdurig zonneminimum en wellicht ook door verhoogde vulkanische activiteit. De huidige opwarming is alleen te verklaren door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide. Deze toename is door mensen bewerkstelligd. Andere mogelijke  oorzaken, zoals de zon en natuurlijke variaties worden permanent onderzocht, maar hun rol bij de huidige opwarming blijkt steeds nihil tot bescheiden. De hedendaagse temperatuurstijging verloopt wellicht sneller dan ooit in het verleden het geval is geweest, in ieder geval veel sneller bijvoorbeeld dan de overgang van een ijstijd naar een gematigd klimaat.
De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar. Wat Baudet doet is kort na hoogwater langs de vloedlijn lopen om uit die waarneming te concluderen dat de zeespiegel daalt.

Opinies kunnen verschillen over vragen als: welke risico’s willen we als samenleving nemen? Wegen de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan op tegen de kosten? Kan het geld beter anders worden besteed? Een rechtsfilosofische beschouwing over dergelijke kwesties zou een welkome aanvulling op het debat zijn. Daarin kan Baudet dan zijn vakkennis kwijt, in plaats van onjuistheden te debiteren over de feiten van een wetenschapsdomein waarvan hij overduidelijk geen kaas heeft gegeten. Wellicht is het een idee een inleidende cursus klimaatverandering te volgen alvorens dit soort stukken te schrijven.

Dr. Ir. Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft
Dr. Roderik van de Wal, Universiteit van Utrecht
Dr. Jan Wuite, Universiteit Luxemburg
Prof. Dr. Ir. Pier Vellinga, Universiteit Wageningen,
Dr. Bart Verheggen, Planbureau voor de leefomgeving.

dinsdag 27 december 2011

Aynovirus Libertarium Extremum

Het was een onthutsend rapport, dat Stichting Natuur en Milieu in oktober presenteerde, hoewel het voor de insiders geen verrassing kon zijn. In ‘Ranking the Stars’, zoals het rapport heette, werd pijnlijk zichtbaar hoe ver Nederland op het gebied van milieu en energie in de achterhoede verzeild is geraakt.


Op alle ranglijsten valt wel wat af te dingen, maar de veelheid van lijsten die allemaal dezelfde richting op wijzen is toch wel tamelijk overtuigend. Het is onmiskenbaar: Nederland is van gidsland definitief afgegleden naar het niveau van – ecologisch gezien – een bananenrepubliek. Of zoals Piet Sprengers van ASN Bank het perfect formuleerde bij de lancering van de Trouw Duurzame 100: “Nederland is een gidsland van de tegenwerkers geworden”.


Ranking the stars SNM
Volgens het rapport Ranking the Stars van Natuur en Milieu bungelt Nederland onderaan de internationale duurzaamheidslijstjes

Het is verleidelijk verwijtend in de richting van het zittende kabinet te kijken, maar dat is maar gedeeltelijk terecht: de slechte scores op de verschillende ranglijsten kunnen onmogelijk in één enkel jaar zijn ontstaan. Al doet het huidige kabinet ontegenzeggelijk zijn best Nederland zo mogelijk nóg verder naar de onderkant van de lijsten te duwen, de scores uit het rapport Ranking the Stars van Natuur en Milieu zijn het resultaat van zo’n 10 à 15 jaar zwak tot falend milieu- en energiebeleid. Hier is het rapport te downloaden:  http://www2.natuurenmilieu.nl/media/278298/20111012-natuur_milieu-rapport-rankingthestars.pdf. 
In de tijd van het eerste en tweede nationaal milieubeleidsprogramma (NMP) stond Nederland te boek als koploper. Wat is er gebeurd?
Een kentering is niet precies aan te wijzen, maar ik neig ertoe de cesuur te leggen bij het tweede paarse kabinet. Toen werd de infectie met het vrijemarktvirus manifest. Dat virus wordt ook wel het Aynovirus Libertarium Extremum genoemd, naar de Amerikaanse romanschrijfster en filosofe Ayn Rand, bij wie het voor het eerst in zijn besmettelijke variant werd vastgesteld. Onze eigen Nederlandse topfilosoof Hans Achterhuis analyseert messcherp hoe Ayn Rand’s boek Atlas Shrugged is uitgegroeid tot de bijbel van de vrijemarktutopisten. Utopisten, omdat in het denken van Rand en haar volgelingen marktwerking niet als neutraal, handig mechanisme wordt gezien om productie en consumptie te organiseren, maar als moreel superieur systeem, met Rand’s filosofie als legitimering om liberalisering en privatisering coûte que coûte door te zetten en overheidsinvloed liefst naar nul terug te brengen. Interessant: premier Mark Rutte zou Ayn Rand zijn favoriete filosofe vinden.
Vanaf Paars-II begon het Nederlandse milieu- en energiebeleid onmiskenbaar marktsistische trekjes te krijgen. Vooral op energiegebied werd dat al snel duidelijk. Waar haar voorganger Hans Wijers nog als gebalanceerd markteconoom te boek stond, voerde Annemarie Jorritsma energiebeleid vanuit marktideologisch perspectief. De Algemene Energieraad waarvan ik destijds deel uitmaakte toonde zich bezorgd over liberalisering en privatisering van de energiebedrijven zonder voldoende voorafgaande borging van publieke belangen: milieubescherming, duurzaamheid, voorzieningszekerheid, innovatie. Maar toch ging het zo: marktwerking, verdere liberalisering, splitsing en privatisering werden doorgezet, en het instrumentarium om de publieke belangen veilig te stellen hobbelde er wat achteraan. Te weinig en te laat.
Met de kabinetten-Balkenende werd de visie misschien iets anders verpakt, maar wie nauwkeurig kijkt kan onder die verpakking ook een sterk marktideologische inhoud ontdekken. Het vrijemarktvirus treft kennelijk ook partijen die daar gezien hun eigen ideologische achtergrond immuun voor zijn. Veren zorgen voor een beschermlaag, maar zodra de ideologische veren zijn afgeschud slaat het virus zijn slag.
Vanaf Paars-II moest het milieubeleid zich in toenemende mate bewijzen tegenover de dominante beleidsvisie dat de overheid terug moest treden, en dat ‘de markt’ het allemaal wel zou doen. Uiteindelijk resulteerde dit denken onder het huidige kabinet in de ontmanteling van het ministerie van VROM en de vorming van het ministerie van I + M, waarbij die letters volgens insiders staan voor In Memoriam.
Ziehier in grove penseelstreken de achtergronden van het denken dat tot gebrek aan daden leidde, dat op zijn beurt tot gebrek aan duurzame resultaten leidde die zo pijnlijk door Ranking the Stars worden blootgelegd. Ranking the Stars is nog een positieve titel voor het rapport. Ranking a Black Hole was treffender geweest.


(Verschenen als column in Energiegids.nl, december 2011)

zaterdag 5 november 2011

Gooi ETS-kind niet met het badwater weg

Er is wereldwijd een trend is onder ( kritische) klimaatwetenschappers om de CO2-tax te promoten. Een van mijn beste vrienden, prof. Dr. Christan Hey van de Duitse Sachverständigenrat für Umweltfragen in Berlijn (Adviesorgaan van de Duitse regering) argumenteert net als Jan Paul van Soest op dit blog tegen het ETS-systeem en voor een CO2-taks (zie http://natuurlijkewereld.blogspot.com/2011/08/emissiehandel-liever-inruilen-voor-co2.html). Maar ETS moet juist overeind blijven en versterkt worden.  

Alexander de Roo

Mijn argumenten zijn de volgende.

1. Klimaat is een wereldwijd probleem. Een CO2-emissiehandel van de EU kan en wordt verbonden met andere landen. Met Noorwegen bestaat die koppeling al. Met Zwitserland is het ook te doen. Met Nieuw-Zeeland en Australië zijn er al contacten om zo'n koppeling tot stand te brengen. Met de VS is het nog niet gelukt. Mogelijk wel met Californië. Met een heffingensysteem kom je nooit tot een wereldwijd systeem. Met een wereldwijd emissiehandelssysteem van de 12 belangrijkste landen (EU telt dan als 1 land) krijgen we het klimaatprobleem onder controle. Dan hebben we het VN-klimaatcircus ook niet nodig: slechts 12 spelers en niet 200.

2. De prijs is niet hoog genoeg. Dat gaat veranderen. Na 2012 zullen er veilingen verplicht worden en zijn de CO2-rechten niet langer gratis. Even geduld dus. Het zakken vullen (windfall profits) is dan in 2012 voorbij. Het ETS systeem is al EU-wet tot 2027.

3. In het EU ETS-systeem is de linking Directive van 2004 (waar ik voor verantwoordelijk was in het Europees Parlement) veranderd. Nu kan dit instrument alleen nog worden ingezet voor hernieuwbare energie en energiebesparing. Dus het voorbeeld van CDM dat Jan Paul van Soest geeft klopt niet. Dat slaat op het VN-systeem van Kyoto dat voor landen geldt.

4. CO2-Tax en ETS kunnen ook gecombineerd worden. Sterker nog, de Europese Commissie heeft dit ook zelf voorgesteld. Alleen doordat 27 regeringen elk een vetorecht hebben is de huidige minimum-accijnsheffing veel te laag. Een land als Zweden heeft een eigen substantiële CO2-heffing naast de ETS, dus dat kan best (al vond de Europese Commissie dat niet leuk).

5. De Europese Commissie heeft in mei 2011 een ontwerp-richtlijn energie-efficiëntie voorgesteld. Dat dwingt energiemaatschappijen elk jaar 1,5% energie te besparen in absolute termen bij hun klanten. Dus Essent, Nuon, etc: niet langer alleen gas en elektra verkopen, maar ook energiebesparing (HRe-ketel, isolatie en dergelijke). Duitse energiereuzen zijn faliekant tegen, maar de Franse niet. En bedrijven als Rockwool lobbyen ook voor deze richtlijn. Als er twee soorten industrie lobbyen, dan wint de groene kant van de industrie, is mijn ervaring na 25 jaar in Brussel.

De kans bestaat dat het Deens voorzitterschap in het voorjaar een deal met de Groene EP-rapporteur uit Luxemburg sluit, en in 2014/2015 een dwingende wet voor efficiency voorstelt. Het gevolg zal zijn dat de prijs in het ETS-systeem nog verder onder druk komt te staan. De Europese Commissie zal dan gedwongen worden om het ETS systeem aan te scherpen.  Op de achtergrond speelt de Europese Commissie met het idee om met de opbrengst van het ETS-systeem de hele EU-begroting te financieren. Bij de recente voorstellen voor de EU-financiering voor de periode 2014-2020 heeft ze dit niet aangedurfd. Maar tegen 2020 misschien wel. ETS met veiling is dan een geaccepteerd mechanisme. De 27 EU-landen zijn dan af van het gezeur over de afdrachten aan de EU.

6. De Europese Commissie heeft het vliegen ook onder de ETS gebracht, vanaf 2012. Ze heeft plannen om ook het scheepverkeer hier onder te brengen. Ook het wegvervoer kan er onder gebracht worden.  Nu valt ca.
50% van de uitstoot van EU-broeikasgassen er onder. Als scheep- en wegverkeer er ook onder vallen dan is het 75%. Dan ontbreekt alleen nog de gebouwde omgeving. Het gesneuvelde voorstel van Kerry en McCain in de senaat van de VS zag er precies zo uit.


Alexander de Roo is voorzitter van de Waddenvereniging, Senior-adviseur Provincie Gelderland
, Voorzitter EnergieNetwerk CEMR, Lobbyist DN Cabinet Brussel en voormalig lid van het Europees Parlement.